4 en 5 mei

4 en 5 mei zijn nationale data die historisch gebonden zijn aan de Tweede Wereldoorlog in relatie tot het Koninkrijk der Nederlanden. Ondanks het feit dat delen van het Koninkrijk eerder of later werden bevrijd, is de vijfde mei – ondertekening capitulatie Duitsland – de nationale dag geworden waarop jaarlijks de bevrijding van het Koninkrijk in 1945 van de Duitse èn Japanse bezetter wordt herdacht en gevierd.

In de afgelopen 68 jaar is de herdenking verbreed, als gevolg van de betrokkenheid van het Koninkrijk der Nederlanden bij oorlogen, gewapende conflicten en vredesoperaties die hebben plaatsvonden na de Tweede Wereldoorlog en waarbij doden te betreuren zijn.
De belangstelling voor de vierde mei is, na een aanvankelijke vermindering in de jaren ’60, sinds de jaren ’80 onder zowel ouderen als jongeren weer sterk toegenomen.
4 mei is aan het einde van de 20e eeuw uitgegroeid tot een nationale traditie, die lokaal wordt gedragen, met een sterke maatschappelijke betekenis, voor zowel oud als jong.

Over de status van 5 mei is de afgelopen 68 jaar veel gediscussieerd. Het regeringsbesluit van 1990 om 5 mei aan te wijzen als officiële jaarlijkse nationale feestdag, heeft een grote impuls gegeven aan het thematiseren en actualiseren van de Nationale Viering van de Bevrijding. Het heeft de betrokkenheid van met name jongeren bij de vijfde mei vergroot.
Het accent van 5 mei is in de afgelopen jaren verschoven van een terugblik naar een vooruitblik, van bevrijding naar vrijheid. Aan de vooravond van de nieuwe eeuw is 5 mei de dag waarop we de herwonnen vrijheid vieren, maar tevens de dag waarop we stil staan bij de betekenis en het belang van vrijheid en democratie vandaag en in de toekomst.

Veranderende functie en betekenis

Van de Nederlandse bevolking is 25% in of voor 1945 geboren. Het aantal mensen met eigen ervaringen en herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog zal in de komende jaren verder afnemen. Dit betekent echter niet dat de belangstelling voor herdenken en vieren ook zal afnemen. Uit het jaarlijkse publieksonderzoek dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei laat uitvoeren, blijkt ook bij naoorlogse generaties een grote betrokkenheid bij, en een breed draagvlak voor, herdenken en vieren te bestaan.

Hoewel er weinig verschil bestaat in draagvlak voor herdenken en vieren tussen de verschillende generaties, bestaat er wel een verschil in de beleving en aard van de betrokkenheid bij deze dagen. Voor de oudere generaties staan de eigen ervaringen en herinneringen, gekoppeld aan concrete mensen en situaties, centraal. Jongeren daarentegen moeten putten uit een collectief historisch bewustzijn, en refereren aan algemeen maatschappelijke waarden en de actualiteit met betrekking tot oorlog en vrede.
Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is er nog geen vrede geweest in de wereld. Vanaf 1945 zijn er meer dan 200 oorlogen en gewapende conflicten in de wereld uitgevochten. Voor steeds meer Nederlanders zal het referentiekader dan ook in het heden of recente verleden liggen. Het verschil in beleving tussen generaties zal in de toekomst mogelijk scherper worden; vanaf 2001 is de Tweede Wereldoorlog ’een oorlog van de vorige eeuw’.

Niet alleen leeftijd is een factor die van invloed is op de beleving van, en het betekenis geven aan, herdenken en vieren in de Nederlandse samenleving. In toenemende mate zal ook de etnische achtergrond van mensen daarin een rol spelen. Naar verwachting zal in 2015 bijna 15% van de Nederlandse bevolking (2,5 miljoen mensen), van niet-Nederlandse herkomst zijn.
In de grote steden vormen zij 50% van de jongerenpopulatie tot 14 jaar. Alhoewel veel van deze jongeren in Nederland geboren zijn, is de bekendheid met, en betrokkenheid bij de tradities van 4 en 5 mei in mindere mate aanwezig. De Tweede Wereldoorlog maakt over het algemeen geen deel uit van het historisch referentiekader van de families van deze jongeren.
Dit betekent echter niet dat 4 en 5 mei geen betekenis zouden kunnen hebben of krijgen voor deze groepen. Bijna iedere (etnische) groep heeft tenslotte haar eigen specifieke ervaringen met onderdrukking, oorlog, (on)vrijheid en bevrijding. Deze eigen ervaringen en herinneringen kunnen een brug vormen voor wederzijds begrip tussen autochtonen en allochtonen, en een motivatie zijn om deel te nemen aan 4 en 5 mei.

Op dit moment vormt de grote betrokkenheid, dwars door alle generaties heen, de kracht van de beide nationale momenten. Om dit draagvlak ook in de toekomst in stand te houden, zal er gezocht worden naar een invulling en vormgeving die recht doet aan diverse ervaringen die mede afhankelijk zijn van leeftijd en achtergrond.

Blijvende waarde

4 en 5 mei zijn nationale dagen, geënt op de Nederlandse geschiedenis, die teruggaan tot de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlog echter was een oorlog met een geheel eigen omvang en karakter.
De historische omstandigheden van toen zijn niet zonder meer te vergelijken met de oorlogen en vervolgingen die daarna hebben plaatsgevonden. De traumatische gevolgen van oorlog voor mensen zijn echter wel van alle tijden en plaatsen. Ook de morele keuzen waarvoor mensen in oorlogsgebieden, maar ook zij die langs de kant staan, zich geplaatst zien, zijn herkenbaar. Deze menselijke emoties en morele dilemma’s zijn universeel. Als 4 mei de dag is waarop we inzien dat oorlog mensenwerk is, is 5 mei de dag waarop we beseffen dat vrijheid ook mensenwerk is.

De vierde en vijfde mei zijn de dagen waarop wij in Nederland gezamenlijk stilstaan bij oorlog en vrede, vrijheid en onderdrukking, verantwoordelijkheid en democratie, menswaardigheid en respect. De mate waarin en de wijze waarop dat gebeurt, wordt mede beïnvloed door de tijdsgeest en actuele nationale en internationale gebeurtenissen. Zo drukte in 1999 de oorlog in Joegoslavië een stempel op de beleving van 4 en 5 mei in dat jaar. Mensen verbonden hun gevoelens van machteloosheid, en het actuele besef van de bijzondere waarde van vrijheid, met de tradities van herdenken en vieren.

Maar ook zonder – de dreiging van – een oorlog in onze directe omgeving blijft herdenken en vieren in de toekomst van groot belang. Net als het onderhoud aan de dijken ook bij rustig weer doorgang moet vinden om eventuele stormen in de toekomst te doorstaan, is het ook voor een samenleving belangrijk zich telkens opnieuw te bezinnen op het onderhoud van de vrijheid en de vrede, ook als velen geen directe bedreigingen ervaren.

Herdenken en vieren spreken mensen anno 2000 aan, ongeacht hun leeftijd, status, huidskleur, culturele herkomst, religieuze overtuiging of politieke voorkeur. Hiermee kunnen deze dagen een sterke bindende waarde en betekenis hebben in een samenleving die zich steeds meer kenmerkt door individualisering en het verlies van vaste sociale verbanden en structuren.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei constateert dat deze dagen cultureel sterk verankerd zijn, maatschappelijk krachtig worden ondersteund, en door individuele burgers breed worden gedragen. De vraag òf herdenken en vieren doorgang moeten vinden in het eerste decennium van de nieuwe eeuw, staat naar de overtuiging van het comité dan ook niet ter discussie.

Het is nu de vraag hòe 67 jaar na dato herdenken en vieren een eigentijdse plaats kunnen behouden die breed gedragen wordt in de Nederlandse samenleving.

Direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden op initiatief van burgers op diverse plaatsen in het land herdenkingen georganiseerd aan de vooravond van de historische datum 5 mei. Zo kreeg niet alleen de vijfde mei, maar ook de vierde mei een nationale betekenis die direct gerelateerd is aan de Tweede Wereldoorlog. Niet een, maar twee dagen van herdenken en vieren. Een situatie die uniek is voor Europa.

Herdenken en vieren, 4 en 5 mei, zijn in Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden, als de nacht met de dag. Maar in de loop van de jaren hebben zij ook ieder afzonderlijk hun eigen specifieke karakter, betekenis en plaats in de Nederlandse samenleving gekregen.