Thema 2011
Het is vrijdagavond 20.00 uur. De gordijnen zijn gesloten, de straatverlichting is gedoofd. Geen mens is meer op straat, behalve militairen en mensen die zich voor het weinige licht, moeten verstoppen. Auto’s en fietsen, mogen alleen gedempt, flauw licht voeren. Vanuit de lucht is niet meer zichtbaar waar steden en dorpen liggen, alles is donker. Word je op straat gezien, dan loop je het risico te worden opgepakt. Of erger.
Deze maatregel, verduistering genoemd, is in Nederland ingevoerd in 1940 en verzwaard in 1942. Het is een van de maatregelen die het directe resultaat waren van de bezetting. Tijdens de oorlog waren mensen niet vrij op straat. Wegblokkades, spontane controles en Duitse soldaten die op straat mensen aanhielden, waren aan de orde van de dag. De Noordzeestranden waren afgezet met prikkeldraad en de grenzen waren gesloten en werden streng bewaakt. Je was niet vrij om te gaan en staan waar je wilde, doordat de bezetter de grondwet buiten werking had gesteld. Als gevolg hiervan waren mensen eigenlijk vogelvrij. Dat gold voor iedereen die zich verzette tegen de bezetting, bijvoorbeeld voor mannen die weigerden voor de Duitsers te werken. Maar ook voor gewone burgers die zomaar konden worden opgepakt als represaillemaatregel voor verzetsdaden. In Putten en Nijkerk werden in oktober 1944 willekeurig 661 mannen op transport gesteld als vergeldingsmaatregel. Slechts tientallen van hen overleefden de oorlog.
Joden werden zeer getroffen door strenge maatregelen. Vanaf 1942 stonden op veel plaatsen op straat, in bioscopen en op bankjes in het park borden met ‘voor Joden verboden’. Tijdens razzia’s werden Joden en andere als minderwaardig bestempelde mensen zoals Sinti en Roma, zonder aankondiging of vorm van proces opgepakt, gevangen genomen en van hun burgerrechten beroofd. Voor zes miljoen Joden in Europa eindigde deze arrestatie in de dood.
En ook buiten Europa heeft de oorlog gruwelijke impact gehad. Vrijwel alle landen en (koloniale) gebiedsdelen in de wereld waren direct of indirect betrokken bij de oorlog. Zoals in voormalig Nederlands-Indië waar een groot deel van de Europese bevolking onder zeer zware omstandigheden moest leven of te maken kreeg met grove mensenrechtenschendingen in de interneringskampen. Ook de Aziatische bevolking, zoals de Chinezen en de Indonesiërs, leed enorm onder de repressie van Japan.
De Tweede Wereldoorlog heeft wereldwijde schade en verlies tot gevolg gehad. De grote schaal waarop burgers doelwit werden van de totale oorlog was tot dan toe ongekend. Het aantal doden lag boven de 50 miljoen, waarvan een meerderheid bestond uit burgers. Geen wonder dat na de Tweede Wereldoorlog wereldwijd een diep verlangen bestond naar vrede en vrijheid. Sinds het einde van die oorlog is veel veranderd in de verhoudingen in de wereld. Internationaal zijn afspraken gemaakt om oorlog te voorkomen en vrijheid te waarborgen. In Nederland is sindsdien gelukkig geen oorlog meer geweest. Iedereen mag gebruik maken van de openbare ruimte en discussies die er zijn over veiligheid, kledingkeuze, cameratoezicht of gebiedsverboden worden gevoerd met respect voor de verschillende standpunten. De fundamentele vrijheid ‘van beweging’ is vastgelegd in verklaringen en zelfs in verdragen, zoals in artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in artikel 2 van protocol 4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook andere rechten, zoals het verbod op foltering en het recht op een menswaardig bestaan, worden door middel van dit verdrag beschermd. Europese en internationale verdragen vormen zo een fundamenteel onderdeel van de vrijheid die we dagelijks ervaren.
Helaas zijn mensen niet overal vrij om te gaan en staan waar ze willen. We hoeven de krant maar open te slaan om te zien op hoeveel plaatsen ter wereld mensen niet vrij over straat kunnen. Denk bijvoorbeeld aan conflictregio’s die vaak in het nieuws komen zoals Irak, de Palestijnse gebieden of Iran. Aan landen waar spelende kinderen het slachtoffer worden van onopgeruimde mijnen langs de kant van de weg. En aan de recente ontwikkelingen in bijvoorbeeld Egypte en Tunesië, waar mensen massaal de straat opgaan voor vrijheid en democratie.
En in Europa? In Moldavië en andere voormalige Sovjetrepublieken woedt oorlog. In de Noord-Ierse hoofdstad Belfast staat een muur die Protestanten en Katholieken van elkaar scheidt en vanaf tien uur ’s avonds gaat de avondklok in en worden sommige straten afgesloten.
Gelukkig zijn er altijd mensen die zich inzetten voor de vrijheid op straat. In 1955 weigerde burgerrechtenactiviste Rosa Parks haar plaats in de bus af te staan aan een blanke medereiziger, zoals de wet van Alabama aan Afro-Amerikanen voorschreef met de woorden ‘All I was doing was trying to get home from work’. Met haar weigering zette ze de afschaffing van de rassenscheiding in gang. Een ander voorbeeld is de Braziliaanse Mayra Avellar Neves. Zij organiseerde in 2006 op vijftienjarige leeftijd een grote protestmars tegen het geweld in een sloppenwijk van Rio de Janeiro omdat ze weigerde zich neer te leggen bij de rechteloosheid op straat waarmee mensen in deze wijken dagelijks te maken kregen. Mayra verklaarde haar acties in een interview met ‘Veel kinderen in de favelas denken dat het hun lot is om zwart en arm te zijn en met geweld te leven. Ik wil ze laten zien dat ze voor zichzelf kunnen opkomen.’
Het zijn ontroerende voorbeelden van de strijd die velen wereldwijd voeren voor vrijheid. Via internationale organisaties én kleinschalige particuliere initiatieven worden zo kleine, maar belangrijke stappen gezet naar vrijheid wereldwijd. Niet alleen in Nederland, maar op alle plaatsen in de wereld waar mensen niet vrij over straat kunnen. Daarom staan wij dit jaar stil bij vrijheid op straat. Want vrijheid ligt niet zomaar op straat.
Bron: 4en5mei.nl

